Het voeren van de eerste snede, wat zijn de ervaringen?

10 augustus 2021

De oogst van de eerste snede ging dit jaar anders dan de afgelopen jaren. De verschillen in kwaliteit zijn dit jaar groot. Zowel in het drogestofpercentage van de kuil als in de verteerbaarheid van het gras. Welke gevolgen op het rantsoen en de productie van de dieren hebben deze kuilen? In dit artikel delen wij onze ervaringen.

Kuilen week 19
In de week rond Hemelvaartsdag is een gedeelte van de eerste snede gemaaid. Veel van deze kuilen zijn met een laag drogestofgehalte gewonnen. Verder vielen een aantal zaken op:

  • De kuilen zijn zuur. Er is veel melkzuur geproduceerd om de kuil stabiel te maken. Een aandachtspunt hierbij is pensverzuring.
  • Broei. Het is een uitdaging om het rantsoen aan het voerhek vrij van broei te houden bij gemengd voeren. Als het rantsoen warm wordt heeft dit een negatief effect op de voeropname. Bij broei is het advies om broeiremmer toe te voegen aan het rantsoen. Dit voorkomt broei.
  • Ammoniak fractie. De kuilen bevatten vaak meer dan 10% ammoniak. Hierdoor is er in het rantsoen meer ruw eiwit nodig.
  • Bij deze kuilen liggen problemen met boterzuur op de loer. Om problemen met boterzuur te voorkomen is het verstandig om deze eerste snede zo snel mogelijk op te voeren. Dit om groei van boterzuur zo veel mogelijk te beperken.
  • Ondanks het lage suikergehaltes in deze kuilen is de opname goed mits het rantsoen aan het voerhek koud blijft.
  • De productie van de melkkoeien op deze eerste snede kuilen lijkt goed.

Kuilen week 22 en 23
Normaal is het gras in deze weken al geschoten. Over het algemeen zien wij kuilen waarbij dat dit jaar niet het geval is geweest. Dit is positief voor de verteerbaarheid van het gras. Onze eerste ervaringen met het voeren van deze kuilen:

  • De kuilen bezitten voldoende structuur. De VCOS van deze kuilen zit rond de 75%. Koeien verteren deze kuilen redelijk goed. Dit komt omdat de ADL gehaltes vaak niet hoger zijn dan 22 à 23.
  • Er moet eiwit worden gecorrigeerd in het rantsoen. Het ruw eiwitgehalte van deze kuilen varieert van 7% tot 14%.
  • De opname van deze kuilen lijkt goed ondanks de lage suikergehaltes die worden gemeten.
  • De kuilen zijn broeigevoelig. Vanwege de structuur van het langere gras en de soms toch wat drogere kuilen is het aanrijden van de kuilen lastig geweest. Bij een flink aantal kuilen is het niet lastig om je hand geheel in de kuil te drukken. Dit betekent dat zuurstof dit ook kan. Probeer zuurstofintreding zoveel mogelijk te voorkomen. Om broei aan het snijvlak en in de kuil te voorkomen kan propionzuur worden gebruikt. Om het rantsoen aan het voerhek koud te houden kan er broeiremmer worden ingezet.

Conservering/rotting kuilen
De oogst van de eerste snede was dit jaar een uitdaging vanwege de regenachtige mei maand. De regen en de donkere dagen waren negatief voor de hoeveelheid suiker in het gewas. Ook is er op verschillende plekken suiker van het gras gespoeld door de regen. Deze omstandigheden maken dat er kuilen zijn gewonnen met een laag suikergehalte. Om een kuil stabiel te maken (pH daling) is er suiker nodig. Een nattere kuil heeft meer suiker nodig dan een drogere kuil om stabiel te worden.

Als het suiker op is, en de kuil is nog niet stabiel, dan grijpen de rottingbacteriën hun kans. Heeft u een kuil met weinig suiker en veel vocht? Het advies is om van deze kuil zo snel mogelijk te gaan voeren voordat de kuil gaat rotten. Wanneer een kuil al is gaan rotten, dan is het niet verstandig deze nog te voeren.

CAV Den Ham is een middelgrote zelfstandige mengvoederproducent met een moderne fabriek en eigendom van de gezamenlijke boerenleden.

Samen naar een optimaal rendement!